zeilen
28 July, 2010
Het staaldraad in het voorlijk moet zo recht worden gehouden als de windkracht wil toestaan. De meeste zwaardbootfokken zijn bij tophoek en halshoek permanent aan het staaldraad bevestigd, waardoor de plaats van de sterkste bolling in het zeil doelmatig is vastgelegd. Sommige fokken zijn echter aan de tophoek voorzien van een verstelbaar lijntje, waarmee het profiel van het zeilen enigszins kan worden gewijzigd. Opvieren van het lijntje vermindert de spanning in het doek ten opzichte van die in het staaldraad; daardoor kan, al blijft het voorlijk recht, de sterkste bolling meer naar achteren verschuiven zodat het voorste deel van het zeil vlakker wordt. Door aanhalen van het lijntje verschuift de sterkste bolling naar voren. Aan de wind zeilend is het belangrijk dat het voorlijk van de fok onder alle omstandigheden zo recht-, en daarom zo strak mogelijk staat. Het is veel verkieslijker om bij licht weer een vrij vlakke fok te hebben, dan om bij zwaar weer te moeten worstelen met teveel bolling in het zeil door buitensporig doorhangen van het voorlijk. Zowel de diepte van de bolling als de afstand tot het achterlijk van de fok die de vorm van de spleet bepaalt, worden geregeld door de spanning van de schoot en de hoek die hij maakt met de schoothoek.
Terwijl we de stand van het grootzeil horizontaal en verticaal kunnen regelen, moeten bij de fok beide functies worden uitgeoefend door één schuine trekkracht. Met de grootte van die kracht wordt de afstand tussen schoothoek en voorlijk geregeld en derhalve de meer of minder sterke bolling van de fok; met de richting waarin die kracht wordt uitgeoefend regelen wij de vorm van het achterlijk. Op een boot met lei ogen die langsscheeps kunnen worden versteld, geeft voorwaartse verplaatsing ervan een grotere neerwaartse component van de trekkracht van de schoot. Daardoor wordt het achterlijk strakker gespannen tussen tophoek en schoothoek. Verschuiving van het lei oog naar achteren geeft een grotere horizontale component; daarbij krijgt het achterlijk meer ruimte om naar lij weg te draaien. Het gaat er dus om, voor iedere windkracht de positie van het leioog te vinden die het achterlijk van de fok de gelegenheid geeft om een ronding aan te nemen die overeenstemt met de ronding van de lijzijde van het grootzeil.
Gepost in Nieuws
Comments Off
schadeauto’s
23 July, 2010
De dagwaarde van de auto is eenvoudig op te zoeken op het internet. Is deze schadeauto’s niet op voorraad dan zal men zijn best doen deze voor u te vinden. Vooral bij een all risk verzekering zijn deze gegevens belangrijk. Wil men om een of andere reden voorlopig geen andere auto dan zijn er verschillende bedrijven die schadeauto’s te koop vragen. De garage brengt expertisekosten in rekening voor het gebruik van de garage en hulp bij het opzoeken van prijzen en onderhandelen met opkopers. Is de schade veroorzaakt door een ander dan zal de verzekering van de andere partij een onafhankelijk expert inschakelen om de waarde vast te stellen. Als de schade van uw auto niet meer te herstellen is dan wordt deze technisch total loss verklaard. De schadeauto’s die opgekocht worden voor de Nederlandse markt zijn in de meeste gevallen afkomstig van veilingen van verzekeringsmaatschappijen in het buitenland. Heeft u geen verzekering dan moet men een contra-expertise zelf betalen, de kosten bedragen € 245,- en meestal verandert er weinig aan het eindresultaat en bent u het geld gewoon kwijt. Tegen het oordeel van de expert kan men niet in beroep gaan. Voor de meeste auto’s kan men bij de auto sloperijen terecht voor goedkope tweedehands onderdelen. De waarde van de schadeauto’s bepaald de expert naar aanleiding van bieding van opkopers. De hoogte van het bedrag dat je uitbetaald krijgt en expertisekosten hangen af van de verzekering die je voor de auto hebt afgesloten. De monteurs van de doe het zelf garage zijn altijd bereid om u tegen een relatief lage prijs een handje te helpen.
Gepost in Nieuws
Comments Off
cv installatie
16 April, 2010
We concentreren ons op de centrale verwarming ofwel de cv installatie. We gaan dieper op de cv ketel en de werking ervan in. Hierna volgt informatie over de regelapparatuur, zoals de verschillende cv regelingen en thermostatische radiatorafsluiters. U leest over waterdruk en lucht en de voorbereiding voor het installeren. We beschrijven verder de leidingsystemen en radiatoren, en hoe u zelf radiatoren en buizen kunt aanleggen en cv leidingen isoleert. Dit stuk sluit met informatie over vloerverwarming. De cv ketel is het hart van uw centraleverwarmingsinstallatie en soms ook van uw warmwatervoorziening. Als u dit hart gezond houdt, heeft u er langer en meer plezier van. Om bepaalde werkzaamheden zelf te kunnen uitvoeren is het nodig eerst meer te weten over de werking van de ketel en over de onderdelen die bij een ketel horen. Wel adviseren we u om ingrijpende klussen en specifiek onderhoud aan de erkend installateur over te laten. Bij centrale verwarming wordt centraal warmte opgewekt, die via leidingen (buizen of pijpen) of kanalen naar de benodigde plaats wordt getransporteerd. Afhankelijk van de toegepaste technieken spreken we dan van radiatoren, lucht of vloerverwarming of een combinatie daarvan. De meest toegepaste techniek, het verwarmen met radiatoren en regelen met een eenvoudige, handbediende kamerthermostaat is de eenvoudigste en meest voorkomende uitvoeringsvorm. Voordat we het hebben over de cv installatie, is een globale beschrijving van de werking van de ’standaard’ tweepijps cv installatie en haar regelmechanismen op zijn plaats. Kijkend naar zo’n installatie onderscheiden we de cv ketel, het leidingstelsel en de radiatoren en/of convectoren.
De kamerthermostaat is de ‘kapitein’ van de regeling. We noemen de kamerthermostaat dan ook een dictatoriale (of centrale) regelaar; hij bepaalt niet alleen de temperatuur in het vertrek waar hij zich bevindt, maar dicteert ook het klimaat in de overige vertrekken van het huis. Door middel van radiatorafsluiters of radiatorthermostaten op iedere radiator is het mogelijk overal (per vertrek) de juiste temperatuur in te stellen. Zo’n regeling heet dan ook terecht een democratische (of individuele) regeling. De watertemperatuur wordt beveiligd door de ketelthermostaat. Een brandende cv ketel zonder water (bijv. door lekkage cv water) gaat natuurlijk stuk. Dat wordt voorkomen door een droogkookbeveiliging. Geeft de kamerthermostaat het signaal ‘te koud’, dan slaat de pomp aan en het cv water wordt rondgepompt door de warmtewisselaar in de cv ketel, de leidingen en de radiatoren. Tegelijkertijd of even daarna gaat een klep in het gasregel blok open en wordt het gas door de waakvlam of met een vonk ontstoken. De warmtewisselaar draagt de warmte over aan doorstromend cv water. Via het leidingstelsel komt het warme cv water in de radiatoren. De volume schommelingen van het cv water (water zet uit bij temperatuurstijging) worden opgevangen in een expansievat dat in de retourleiding is geplaatst.
Gepost in Nieuws
Comments Off
fiets kopen
14 April, 2010
Het belangrijkste dat over de afwerking van het frame te zeggen is al behandeld. Let bij het fiets kopen op het volgende. Stalen frames en sommige aluminiumframes worden gewoonlijk gelakt. Andere aluminiumframes worden geanodiseerd, die zijn dan meestal van satijnglanzend blank metaal. Ook titanium, als u dan eens iets bijzonders wilt hebben, wordt meestal geanodiseerd. Koolstof en boronvezelversterkte harsen worden meestal integraal gepigmenteerd. waardoor ze bijv. diepzwart zijn, en dat ook met een krasje nog blijven. Veel valt er over framereparatie niet te zeggen. Verslijten doet een frame nu eenmaal niet en het poetsen of bijwerken van de lak is eenvoudig genoeg. Hoogstens na een ernstige val kan het gebeuren dat het frame in de een of andere richting verbogen is. Na een ongeluk, of als de fiets om onverklaarbare redenen niet meer zo spoort als vroeger, is het zaak het een en ander te controleren. Dat zullen we hier behandelen. Na een frontale botsing kan de onderbuis volgens gedeukt zijn. Dat brengt vrijwel altijd ook een vervorming van de voorvork en de bijbehorende stuurafwijking met zich mee. Als u zo’n deuk vaststelt is het verstandig een ervaren framebouwer of fietsenmaker op te zoeken. Niet alleen is de onderbuis op dat punt nu zo sterk beschadigd dat vroeg of laat met een plotseling optredende breuk moet worden gerekend, maar het balhoofd is hierdoor met zekerheid ook uit het lood geslagen, wat de bestuurbaarheid van de fiets niet ten goede komt Bij een werkelijk goed hardgesoldeerd stalen frame kan een frame bouwer die buis vervangen en het geheel weer in orde brengen. Niet goedkoop, maar bij een duur frame toch nog de moeite waard. Als het frame minder waard is dan € 1.000 (in 2009 tel daar per jaar maar 5% bij), hoeft men zich over zo’n ingreep geen zorgen te maken, want dan is een nieuw frame eerder aan te bevelen. Als u eenmaal vastgesteld heeft dat de voorvork en de onderbuis nog in orde zijn, kunt u het frame eens controleren. Om vast te stellen of het frame zijdelings verbogen is kunt u de volgende beschrijving volgen.
Voor begin van dit werk moeten het achterwiel en evt storende toebehoren verwijderd worden. Er bestaat een speciale meetlat voor dit werk, die langs het frame gelegd wordt om de eventuele afwijking vast te stellen. Het gaat echter ook met provisorische hulpmiddelen daarbij heeft u het volgende nodig: 3 m dun maar sterk touw; mm liniaal; 60 cm lange precies rechte stalen liniaal. Werkwijze: Leg het touw volgens om het frame en trek het strak aan. Meet aan weerszijden van de zitbuis de afstand tussen de buitenkant van de buis en het touw tot op een mm precies. Als de twee maten meer dan 2 mm van elkaar verschillen is er sprake van een zijdelingse vervorming. Meet nu na of de uitvaleinden nog recht zijn, door de liniaal volgens vlak tegen de uitvaleinden te leggen en de afstand tussen liniaal en zitbuis aan beide zijden te vergelijken. 5. Als er meer dan 2 mm verschil tussen de twee waarden ligt, duidt dit weer op vervorming. Een vakman kan de framebuizen en de uitvaleinden wel recht buigen. Dat gebeurt op griezelig primitieve manier zo primitief dat de meesten het erg moeilijk noemen en er de klant niet bij in de buurt willen hebben. Meestal is het voldoende de twee helften van het achterframe een tikje naar links of naar rechts te verbuigen, totdat de onder punt gemeten afstand van de beschrijving Frame-inspectie weer aan beide zijden gelijk is.
Gepost in Nieuws
Comments Off
ooglidcorrectie
25 March, 2010
Bij het ritmisch openen en sluiten van het oog - circa eenmaal per seconde - wordt traanvocht over de oogbol verspreid, waardoor uitdrogen voorkomen wordt. Tegelijkertijd wordt er talg over de ooglidrand en wimpers verspreid. Dit houdt de huid soepel en voorkomt dat de wimpers door wind en stof uitdrogen en bros worden. De traankliertjes, in de vorm van een boon, liggen aan de buitenbovenkant van de oogkas. Het traanvocht, een zoutachtige vloeistof, heeft een antibacteriële werking. Door het knipperen van de ogen wordt het traanvocht naar de binnenooghoek gedrongen en vandaar via de traankanaaltjes naar het traanzakje gevoerd, waar het ten slotte door neustraan kanaaltjes de neus bereikt. De wimpers fungeren als vangers van stof, insecten of andere vreemde lichaampjes. Zodra deze onze ogen naderen, sluiten we de ogen zeer snel als in een reflex. De wenkbrauwen zorgen ervoor dat zweet en regen zijwaarts van het voorhoofd lopen en niet in de ogen. De meeste oogcorrecties betreft overhangende oogleden en wallen. Overhangende oogleden geven niet alleen een sombere uitdrukking, ook de ogen worden vermoeider omdat ze als het ware de zware oogleden moeten ’tillen’. Wallen onder de ogen suggereren een ‘zwaar’ leven. Vaak zijn wallen erfelijk en komen ze meer voor bij mannen dan bij vrouwen. De arts kan door middel van een ooglidcorrectie de uitdrukking van een gezicht drastisch veranderen. Soms heel rigoureus. Daar zijn wel een paar voorbeelden van te noemen.
Zo heeft de internationale celebrity Jocelyn Wildenstein zich in een catwoman laten veranderen door haar ogen steeds schuiner omhoog te laten ‘corrigeren’. In Aziatische landen laten veel vrouwen zich westerse ogen aanmeten door de arcadeboog of oogplooi zichtbaar te laten maken. Bij diepliggende ogen en overhangende oogleden valt de arcadeboog helemaal weg. Voor veel vrouwen is dat vervelend, want ze kunnen de ogen niet goed opmaken. Het uiterlijk van het oog kan door een aantal factoren veranderen. Verslapping van de huid (door gewichtsverlies, na de overgang of door veroudering) en genetische invloeden die zorgen voor overhangende oogleden en ook wallen, kunnen de aanblik sterk beïnvloeden. Vaak is er sprake van drie bijna gelijktijdige problemen: uitpuilende vetpockets bij het bovenooglid, een overhangende huid over het bovenooglid of een verslapte huid bij de buitenste ooghoek. Deze problemen veroorzaken een vermoeide uitdrukking en geven een ouder aanzien. Bovenstaande problemen hoeven niet alleen bij oudere mensen voor te komen, ze kunnen ook jongeren treffen. Een ooglidcorrectie is dan bij uitstek de ingreep om de oorspronkelijke staat van het oog weer zo veel mogelijk te herstellen en de huid rondom het oog te verstrakken en eventuele wallen te verwijderen. Het resultaat is zeer zeker een jeugdiger en frisser uiterlijk. De meeste mensen willen het liefst de oogvorm van vroeger terug. Om de arts duidelijk te maken wat gewenst is, is het daarom verstandig om een oude foto van uzelf mee te nemen. Op de foto moet goed te zien zijn hoe de ogen eruit zagen toen u jonger was.
Gepost in Nieuws
Comments Off
slagboom
12 March, 2010
Vooral bij parkeergarages wordt de paradox direct voelbaar, het is de plaats waar de automobilist weer voetganger wordt en visa versa. Het auto-interieur, een volledig op comfort gerichte privé omgeving, wordt ingewisseld voor de parkeergarage, een ruimte met een slagboom die duidelijk niet voor voetgangers is bedoeld. Hier zijn het onbeholpen bewegingen en afmetingen van de auto die de limiet te domineren. De voetganger komt als een geschokte Dr. Jekyll voorschijn in een desastreuze omgeving gecreëerd doorzijn alter ego, de automobilist Mr. Hyde. De misvatting is dan ook dat parkeergarages voor automobilisten dienen te worden ontworpen. Alleen al daardoor behoort de parrkeergarage tot de meest veronachtzaamde ontwerp opgaves van deze tijd. Het vanzelfsprekende calvinisme waarmee parkeergarages daarbij behandeld worden, vormt een verder excuus voor gestandaardiseerde oplossingen met onvoldoende intelligentie. Er staat een vreemde discrepantie tussen de ontwikkeling van de parkeergarages en de auto’s zelf. Auto’s evolueren snel en bieden alle fronten steeds meer comfort. Parkeergarages blijven al decennnia lang dezelfde mate van indifferente onvolwaardigheid uitaten. Het beperken van de negatieve impact lijkt de belangrijkste gave. Als er al sprake is van extra ontwerpenergie, wordt die wal gericht op cosmetische zaken zoals de gevel en bewegwijzering. Enkele uitzonderingen daargelaten, is de werkelijke aard van garage maar zelden onderwerp van onderzoek. Het verhogen van budgetten alleen, zal daar geen verandering in brengen. Het gaat vooral om het herdefiniëren van de zelf: de manier waarop parkeergarages een integrale en welkome aanvulling op het stedelijk leven kunnen vormen. De sleutel tot een dergelijke mentaliteitsverandering lijkt te liggen in een veel verdere mate van integratie met andere programma’s, juist in de vermenging met andere activiteiten liggen mogelijkheden tot opwaardering verscholen. Na de overvloed aan mono functionele garages zal er naar een nieuwe generatie binnenstedelijke oplossingen gezocht moeten worden. Parkeerplaatsen gemaakt op de werkelijke bestemming, geïntegreerd met de programma’s die mogelijk zijn juist door de aanwezigheid van die parkeerplaatsen.
Dergelijke oplossingen vragen een veel verdere mate van planningsintegratie. In plaats van het veel eenvoudigere naast elkaar plannen wordt er een beroep gedaan op inventiviteit en op het leren omgaan met een toegenomen complexiteiten afhankelijkheid. In ons centrum plan voor Almere zijn we bezig met de uitvoering van zo’n geïntegreerd masterplan. Er worden als het ware twee binnensteden boven elkaar gebouwd. Een benedenstad met parkeerplaatsen, wegen, laad- en losnoven maar ook grote winkels en verdiepte tuinen en pleinen. Daarboven een tweede stad met nog veel meer winkels, horeca, bioscopen, een theater, bibliotheek en woningen. Deze verdubbeling maakt het mogelijk om juist in het stadscentrum zelf een groot aantal hoogwaardige parkeerplaatsen te creëren waardoor een grootschalige samenballing van programma’s niet naar de periferie verbannen hoeft te worden. Bij een eerder groot stedenbouwkundig plan in Lille, hadden we al geëxperimenteerd met een dergelijke mate van integratie. Om het enigszins onverwachte succes van de methode te verklaren bedachten onze Franse opdrachtgevers de term: ‘dynamique d’enfer’: de dynamiek van de hel. De verregaande mate van integratie maakte alle partijen dermate afhankelijk dat niemand kon uitstappen zonder de anderen daarbij onevenredig veel schade toe te brengen. Samenwerking gebaseerd op wantrouwen bleek een uitermate stabiele basis te vormen.
Gepost in Nieuws
Comments Off
stropdas
11 March, 2010
Het verzamelen van doordeweekse stropdassen was in Amerika in de jaren veertig kortstondig een rage. Tegenwoordig zullen verzamelaars zich voor hun garderobe meer richten op club-, regiments- en schooldassen. Velen zullen over de hele wereld reizen om beroemde exemplaren te bemachtigen. De grootste in deze stropdassen gespecialiseerde zaak in Londen is T.M. Lewin & Sons. Zij hebben zeldzame voorbeelden, zoals bijvoorbeeld de Noord-Transvaalse Zwemclubdas en die van het Royal Flying Corps in voorraad. Daarnaast hebben zij dasspelden voor elke collectie, zoals de Guards Regimental-das en de Oxford- en Cambridge-universiteitsdassen. Er bestaan alleen al 200 regimentsdassen en het zou heel problematisch worden alle kopers uit te roeien die er zogenaamd recht op hebben. Vooral Japanners zijn verwoede dassenverzamelaars, wanneer zij er de kans toe krijgen.
“In sommige gevallen vragen wij de mensen wel te bewijzen dat zij lid zijn van de betreffende club of gerechtigd zijn de stropdas te dragen die zij willen kopen. In de meeste gevallen heeft men geen geldig persoonsbewijs, hetgeen de situatie zeer onaangenaam kan maken,” zegt de vertegenwoordiger van Lewin, Paul Symons. “Vaak schrijven of bellen mensen uit Amerika ons met het verhaal dat zij een hele waslijst van stropdassen willen kopen. Meestal beweren ze dat hun verwanten gerechtigd zijn deze te dragen. Natuurlijk weten wij dat er veel uitgeweken Britten in dat land leven, maar er was een man die zowel om de Oxford als de Cambridge-universiteitsdas vroeg. Daarnaast wilde hij de Royal Air Force, de Royal Navy en de Special Air Service-das hebben. Het moet een hele opgave voor de man geweest zijn zich voor alle stropdassen te kwalificeren. Wij moesten hem wel schrijven om uit te leggen dat het niet correct zou zijn hem de stropdassen toe te sturen. Het is afschuwelijk wanneer je net je laatste stropdas aan een verzamelaar hebt verkocht en er komt een oud-soldaat binnen voor wie je dan geen stropdas meer hebt.”
Een andere felbegeerde stropdas is de ‘Slag om Engeland’-das, ontworpen en nog steeds verkocht door Gieves & Hawkes. Alleen vliegeniers die in deze slag gevochten hebben, mogen de stropdas dragen. Ze is donkerblauw met de roos van Engeland en de contouren van de Britse eilanden in gouddraad erin geweven. De firma zal deze stropdas slechts verkopen nadat men een geldig identiteitsbewijs heeft getoond. Omdat de prijzen van antieke kleding en memorabilia stijgen, beginnen verzamelaars zich nu te richten op stropdassen van beroemdheden of op goed bewaarde voorbeelden van halsbedekking van de 19de eeuw tot heden. Rock- en filmfanaten zijn er bijzonder op gebrand de stropdassen van hun idolen te bemachtigen. Ze worden in steeds grotere aantallen verkocht. Een stropdas die door John Lennon gesigneerd was, werd verkocht voor zo’n duizend gulden. Een van Elvis Presley’s stropdassen uit de jaren zestig ging in 1990 voor een dergelijk bedrag van de hand: veel geld voor een effen zwarte stropdas van synthetisch weefsel. “Een stropdas die gedragen is door Michael Jackson zou heel wat waard zijn,” zegt Andrew Melton, hoofd van Philips’ afdeling voor rock- en pop memorabilia. “Maar je zou een eigendomscertificaat of een bonafide verhaal moeten hebben om te bewijzen dat het echt zijn stropdas is geweest.”
Gepost in Nieuws
Comments Off
uitvaart verzekering
9 March, 2010
De oude (teksteditie uit 1971) BW-definitie van een uitvaart verzekering door bestemming is bijna ontroerend: ‘Door bestemming worden onder onroerende zaken begrepen: Bij fabrieken, trafijken, molens, smederijen en dergelijke onroerende zaken, de persen, disteleerketels, ovens, kuipen, vaten en verdere gereedschappen, bepaaldelijk tot der zelver wezen behoorende, al waren die voorwerpen niet aard- of nagelvast; [...] 3o Bij landelijke eigendommen, de mesthoop of mestvaalt tot bemesting der landen bestemd; de duiven tot eene duivenvlugt behoorende; de konijnen in de konijnenwarande; de vissen die zich in de vijvers bevinden; [...].’ Bij zakelijke onroerende goederen behoren installaties soms wel en soms niet bij de opstal waarvoor verzekeringsdekking is gegeven. Wanneer installaties afzonderlijk verzekerd worden, hangt de premiestelling niet alleen af van hun waarde maar ook van hun brandgevaarlijkheid. Die eventuele grotere brandgevaarlijkheid kan weer gevolgen hebben voor de indeling naar risicoklasse van de eigenlijke opstalverzekering.
Bij woonhuizen kent men diverse risicoklassen, afhankelijk van ligging, gebezigd bouwmateriaal, dakbedekking. Zakelijke objecten vormen voor de opstalverzekering een (verzameling van) andere risicoklassen dan woonhuizen. De redenen liggen niet alleen in de aard van de opstal en wat daar allemaal bij hoort. De aard van de erin te verrichten werkzaamheden, de erin opgeslagen en te verwerken materialen, de intensiteit van het gebruik zijn onder meer indicatoren voor de indeling. Bijgevolg kan wijziging in het gebruik van het pand leiden tot indeling in een andere klasse. De verzekerde is verplicht wijziging van het gebruik te melden aan de verzekeraar, zodat deze kan oordelen of tot indeling in een andere klasse moet of kan worden overgegaan. Men gaat meestal uit van de herbouwwaarde van het pand. Vrijwel alle verzekeraars bieden daarbij de mogelijkheid om te werken met een indexclausule. De verzekerde waarde, en ook de premie, gaat omhoog of omlaag met de index van de bouwkosten. Veel polissen kennen boven de dekking van de directe schade een extra, zij het beperkte, dekking voor bereddingskosten, opruim- en saneringskosten, kosten voor noodvoorzieningen en huurderving. ‘In de brand, uit de brand’ is niet voor niets een na de komst van uitvaart verzekeraars ontstane zegswijze. Een van de mogelijke voorzorgen van de zijde van verzekeraars (en soms ook van de overheid) om misbruik te voorkomen, is om na brand herbouw van de opstal te eisen. Als niet wordt herbouwd dan wordt alleen de verkoopwaarde en niet de herbouwwaarde uitgekeerd. Daarmee wordt mede beoogd te voorkomen dat door brandstichting een slecht verkoopbare opstal toch nog veel opbrengt. De inboedelverzekering geldt voor particulieren. Het begrip ‘inboedel’ lijkt duidelijk, toch behoort niet alles wat zich in een woning bevindt per definitie tot de inboedel, en andersom is het soms zo dat delen van de inboedel zich buiten de woning kunnen bevinden. Polisvoorwaarden geven hierover de benodigde informatie. De meeste verzekeraars hebben in hun polisvoorwaarden bepalingen staan dat voor bepaalde bezittingen -bijvoorbeeld contant geld - maximumbedragen of -percentages gelden.
Gepost in Nieuws
Comments Off